Diverse
Artikelen
INFID | TAPAK Ambon | AKUI
| PosKo Zwolle | Diverse Artikelen
Titel
|
Solidariteit mag niet leiden tot bevoogding.
|
Auteur
|
Yan Aliki
|
Datum
|
11 april 2000
|
Bekend om zijn kritische beschouwingen, gewaardeerd
om zijn humor, Nus Ukru, directeur externe betrekkingen van de
ontwikkelingsorganisatie Baileo Maluku is net terug uit Nederland.
Daar heeft hij aan de manifestatie van Supportgroup Reformasi
Maluku-Indonesia deelgenomen. Samen met Thamran Ely van PAN en John Mailoa
van PDIP. Op de manifestatie waarschuwde hij de Molukse gemeenschap voor een
zekere bevoogding. „Solidariteit en betrokkenheid is wenselijk en raakt ons
op de Molukken diep. Maar ze moeten niet bepalen hoe wij aan de wederopbouw
en verzoening vorm geven. Bantu jangan atur", voegt hij daaraan toe. Een
gesprek over de hervormingen, noodhulp en wederopbouw.
Baileo Maluku
Hij is op weg naar het kantoor van de INFID, het platform van Indonesische
NGO's en internationale donoren. Hij is blij terug te zijn in Indonesië. „Het
is niet prettig vertoeven in Holland. Kou, regen en het leven speelt zich af
tussen vier muren.” Spijt heeft hij niet. „Het is goed om weer kennis te
nemen van hoe de Nederlandse politiek schippert met het vraagstuk van Maluku
en natuurlijk ben ik blij om bondgenoten te ontmoeten en bij te praten. En
zoals altijd, het gebruikelijke ritueel in Den Haag.”
Daarmee doelt Ukru op de Novib. Novib werkt al meer dan 11 jaar samen met
Baileo Maluku.
Tijdens zijn studie aan de Universiteit van Pattimura, raakte hij al
betrokken bij studentenacties. Hij protesteerde tegen het gouvernementeel
gedrag van vele docenten. Na zijn studie kwam hij in contact met Piet Elmas,
algemeen directeur van Baileo. Elmas was al eind jaren tachtig actief voor
een NGO op de Kei-eilanden. „Piet studeerde in Yogya en daar raakte hij
betrokken bij acties van studenten en kritische NGO's. Hij koos niet voor een
carrière op Java, maar keerde terug naar zijn geboortedorp.”
In 1990 werd Ukro benaderd door Elmas en Herman Abels, consulent van de Novib
om toe te treden tot Baileo. „Toen was het nog geen Baileo. Abels wilde samen
met ons een nieuwe impuls geven aan het NGO-werk op Maluku. Onder leiding van
de bekende activist en consulent Roem Topatimasang hebben we Baileo Maluku
opgebouwd. De eerste jaren werd voornamelijk geïnvesteerd in kadervorming,
institutionele opbouw, het ontwikkelen van een eigen visie en werkmethoden.”
Baileo gaat er vanuit dat de kern van maatschappelijke problemen te vinden is
in de onrechtvaardigheid binnen de samenleving. „Wij richten ons op de
kansarme groepen. Zij hebben het recht op een menswaardig bestaan. Het gaat
niet alleen om veranderingen op economisch terrein.
Maluku is rijk aan verschillende culturen en adatrechten. We moeten dit
respecteren en een gelijkwaardige plaats geven in de rechtsstaat van
Indonesië. Dit geldt ook voor de exploitatie van onze natuurlijke rijkdommen.
Het milieu en de natuurlijke leefomgeving van mensen worden regelmatig
ernstig geschonden.”
Tijdens de Orde Baru van Suharto ondersteunde Baileo veel acties van de
bevolking. „In Maluku Tenggara waren wij actief tegen houtkap en uitbuiting
van de natuurlijke rijkdommen. Wij hebben de locale bevolking uitgebreid
geïnformeerd en workshops gehouden. Op Hitu hebben wij locale initiatieven
ondersteund en gefaciliteerd in hun protest tegen een onderneming van Tommy
Suharto; op Haruku en Nusa Laut hebben we samen met Hualopu, een andere
Molukse NGO, acties op touw gezet tegen de mijnbouw. Ook besteden wij
aandacht aan basic-need projecten en plattelandsprojecten.” Maar onderstreept
Ukru „Het slaan van waterputten en het opzetten van een werkplaats zonder te
werken aan samenlevingsopbouw, het trainen van de bevolking, faciliteren van
zelforganisaties heeft weinig zin. Beiden dienen gelijktijdig worden
aangepakt.”
Baileo beschikt over vijf stafmedewerkers. Verder werken nog ongeveer 50
medewerkers bij negen locale NGO's, waaronder op Haruku/Sameth, Wai
Pia/Seram,Tanimbar en Aru. In Ewu, Kei-Kecil beschikt Baileo over een
permanent Educatie- en Informatiecentrum. In Watlaar is Yayasaan Pengembangan
Maur Ohoiwut actief. Samen met Nen-Mas-Ill op Ewu hebben ze baanbrekend werk
verricht. Zonder hun inzet zou de verzoening moeilijk tot stand zijn gekomen.
Naast deze locale NGO's kent het netwerk van Baileo ook specifieke
organisaties, zoals een woningbouwcorporatie en een instituut voor inheemse-
en adatrechten.
Met de Orde Baru heeft Baileo een niet al te beste relatie. „Wij zijn te
kritisch en zouden een slechte invloed hebben op de bevolking. Maar niet
alleen de overheid stond vijandig tegen over ons, ook de religieuze leiders,
met name de kerkelite. Zij stonden vaak aan de kant van de Orde Baru. Ook
daar is het nodig om de hervormingen door te voeren.”
Onlusten
Over de achtergronden van het conflict op Maluku formuleert Ukru behoedzaam.
In de media circuleren tal van namen van provocateurs. Ukru weigert hieraan
mee te doen. „In Indonesië verval je snel in stemmingmakerij en hetze-achtige
campagnes. Ik kan mij heel goed vinden in de analyse van de Supportgroup
Reformasi Maluku-Indonesia. Opmerkelijk hoe zij de actualiteit in Indonesië
volgen en analyseren. Ik kan mij ook goed vinden de conclusie van Thamrin Ely
en John Mailoa.
Het gaat hier niet om een religieus conflict. Deze zaak wordt geregisseerd
vanuit Jakarta.
Zonder de specifieke omstandigheden op Maluku zouden de onlusten geen dag
duren. Op Maluku hebben we al jaren te maken met een economische crisis, een
hoge werkloosheid en een ongelijke verdeling van de steeds schaarser wordende
goederen. Je moet de vraag stellen: 'Wie heeft er belang bij het conflict?'.
De economische belangen op Maluku moet niet onderschat worden. Een aantal
grondconcessies lopen volgend jaar af. De eigenaren in Jakarta willen dit
uiteraard verlengen, echter de bevolking en de hervormings- bewegingen niet.
Kortom, een ideale situatie om in te spelen op sentimenten en naïviteit van
vele mensen. Je hebt maar een paar miljard rupiah nodig om die mensen tegen
elkaar uit te spelen.”
Noodhulp
Er wordt op grote schaal hulp geboden door internationale hulporganisaties,
de UNDP, Artsen Zonder Grenzen, Rode Kruis en natuurlijk ook door de
Indonesische overheid. Het gaat om een dagelijkse omzet van meer dan 250.000
Nederlandse gulden. Maar dit is niet toereikend.
Ukru: „Gebieden blijven nog altijd verstoken van hulp. Er is een tekort aan
medische hulp en zorg, voedsel, schoon drinkwater en sanitatie, gewoon
spullen als borden, bestek en bekers. Baileo heeft dankzij haar jarenlange
ervaring een uitgebreid netwerk van NGO's, die hulp kan bieden in meer dan 50
opvangcentra.
De laatste gebieden waar wij nu de organisatie voor noodhulp hebben opgezet
zijn Haruku/Sameth en op Masohi/Wai Pia. We hebben in een week tijd meer dan
vijf ton aan rijst, duizenden borden, bestek en andere benodigdheden
gedistribueerd. Vanuit Nederland, via de stichting TitanE, TNS-gemeenschap,
Waalwijk en 'Noorden helpt Maluku' zal nog een verscheping plaatsvinden van
goederen ter waarde van 100.000 gulden. Nen-Mas-Ill en Maur Ohoiwut zijn al
bezig met een wederopbouwprogramma. Ook Novib en Oxfam GB zullen hierbij
worden ingeschakeld.”
In Nederland is men bang dat hulp niet aankomt?
„Ja, dat heb ik gemerkt. Maar het is goed, een onderscheid te maken in de
tientallen initiatieven. Mensen in Nederland, of het nu Molukkers zijn of
Nederlanders, bepalen zelf wat ze met hun geld willen doen. Ze zijn daar zelf
voor verantwoorde- lijk.
We vinden als het om noodhulp en wederopbouw gaat, dan moet dit op een
verantwoorde manier gebeuren. Het moet passen in een breed opbouwprogramma.
Wat je op de Molukken ziet, maar ook in de Derde Wereld, dat er bij rampen en
conflicten tal van NGO's worden opgericht. Ze denken er rijk van te kunnen
worden. Organisaties voor noodhulp en wederopbouw, dienen minimaal over een
werkapparaat en staf te beschikken. Op de Molukken zijn tientallen
stichtingen opgericht, die het predikaat NGO opgedrukt krijgen. Vraag mij
geen namen te noemen. Een ding is duidelijk, de statuten en een bestuur maak
je nog geen NGO. Ik vind dat er sprake moet zijn van een zekere
institutionele opbouw.”
De Nederlandse regering geeft ook subsidie aan NGO's op Maluku.
„Dat is bij ons bekend en heeft bij de incrowd tot hilariteit geleid. Neem nu
de bijdrage van het Joint Comité voor tientallen NGO's, waar wij niet eens
het bestaan vanaf weten. Ze komen naar Ambon met in hun kielzog de
verdedigers van de Orde Baru om via hun netwerken aanvragen in te dienen.
Er is geen sprake van ontwikkelingsrelevante criteria. In Nederland zie je
hetzelfde verschijnsel. Van mijn collega's, die in juni '99 op uitnodiging
van TitanE in Nederland waren, weet ik dat er vele initiatieven zijn.
Allemaal met eigen netwerken en partners. Het gevaar dat zij ook willen
bepalen hoe de hulp moet worden geregeld is groot. Een vorm van bevoogding
die wij niet willen. Er zijn zelfs geluiden om de hulpgelden persoonlijk te
komen brengen. Op deze manier hoeft het voor ons niet.
Wij willen en zijn ook niet afhankelijk van dit soort organisaties. Wij
werken op basis van gemeenschappe-
lijke visies en uitgangspunten.
Er zijn anti-corruptiegroepen in Jakarta die deze hulpstromen kritisch
volgen. Wij vinden dit een goede zaak. Transparancy is noodzakelijk. Het is
in het belang van de professionele NGO's, want we willen geen slechte naam
krijgen.”
Baileo Maluku is bezig met het schrijven van een masterplan voor verzoening
en wederopbouw.
„Wij beperken ons tot de gebieden waar onze locale partners een rol spelen,
dan moet je denken aan de Kei-eilanden, Haruku en Seram. Voor Ambon vereist
dit meer tijd, want het is nog niet bekend waar de vluchtelingen zich willen
gaan vestigen.”
Hoe het nu moet gaan met de wederopbouw van kerken en moskeeën?
„Daarin zie ik geen taak weggelegd voor Baileo. Hierin kan de internationale
religieuze gemeenschap wellicht een rol spelen en misschien ook de overheid.
Ik ga volgende week naar Ambon en hoop nog even een bezeoek te brengen aan
mijn dorp. Heimwee? Bijna dagelijks.”
Terug
Stichting TitanE
|